De toegevoegde waarde van de bibliotheek

De toegevoegde waarde van de bibliotheek

studieplekDe noodzaak tot bezuinigen leidt er toe dat vele gemeenten zich de vraag stellen wat de toegevoegde waarde van de bibliotheek eigenlijk mag kosten. Daarmee wordt de discussie aangezwengeld over wat die toegevoegde waarde eigenlijk is.

Ik wil zeker niet beweren dat bibliotheken dat niet duidelijk op hun netvlies hebben, of niet in staat zijn dat aan hun financier duidelijk te maken. Ik wil er wel mee zeggen dat er verschillende meningen zijn over deze toegevoegde waarde, de één meer concreet dan de andere, en dat dat er toe leidt dat er geen eenduidige boodschap is.

Dat bibliotheken een functie hebben bij de persoonlijke ontwikkeling van mensen wordt eigenlijk wel door iedereen verkondigd en ook geaccepteerd. Meer concreet wordt dit vertaald naar dienstverlening rond leesbevordering en mediawijsheid. Met als natuurlijke partner het onderwijs; het onderwijs leert kinderen lezen en de bibliotheek faciliteert met collectie en deskundigheid waardoor leesplezier wordt gestimuleerd, leeskilometers worden gemaakt en – uiteindelijk – mediawijsheid wordt bijgebracht.

Maar is de toegevoegde waarde van de bibliotheek ook te vinden in het bieden van “verblijf”? De meningen hierover zijn verdeeld. Alleen al de laatste week heb ik een paar directeuren van grote (stads)bibliotheken gesproken die het succes van hun bibliotheek(vestiging) onderstreepten met “we hebben meer bezoekers en langere verblijfsduur”. Is dat verblijf dan een middel of een doel op zich?studieplek2 Ik ben van mening dat de bibliotheek op het gebied van verblijf absoluut van toegevoegde waarde is voor de maatschappij, in de vorm van leesplekken, leestafel met kranten en tijdschriften, studie- en werkplekken etc. Maar dat betekent niet dat verblijf overal mogelijk moet zijn en op zichzelf aangeboden moet worden. Dat is in tijden van digitalisering, onbemenste oplossingen, mobiliteit e.d. ook allang een gepasseerd station.

Een ander discussiepunt is “leesplezier voor volwassenen”. Is dat toegevoegde waarde van de bibliotheek? Toch zeker wel. Dagelijks verlaten bibliotheekbezoekers met tassen vol romans het pand. Gewoon omdat lezen leuk is, ontspanning geeft en verrijkt, net als vele andere vormen van cultuur. De vraag is wel hoeveel subsidie een gemeente hier eigenlijk voor wenst te verstrekken en in welke mate de bibliotheek hiervoor eigen inkomsten aanwendt. Daar waar wij met bibliotheken productbegrotingen hebben opgesteld wordt concreet zichtbaar dat een substantieel deel van het budget besteed wordt aan het uitlenen aan volwassenen. Maar ook dat dankzij de abonnementsopbrengsten een flink deel zelf wordt gefinancierd, waardoor de feitelijk hiervoor benodigde subsidie behoorlijk wordt gereduceerd.

Dat hier de komende jaren nog veel over gediscussieerd zal worden en de ideeën hierover een verschuiving zullen ondergaan lijkt mij in ieder geval wel duidelijk. Tsja, en dan ontstaat er zo maar een rijtje: leesbevordering, leesplezier, mediawijsheid en verblijf …….